top
terug
banner
Naar Binnenvaarttaal

Aanvullingen en correcties zijn welkom.

Plaatjes met uitleg


Bestand in opbouw!



Naar Openingspagina.
Naar Beelden casco.
Naar Beelden roer, schroef, e.d..
Naar Beelden kop e.d..
Naar Bovendeks.
Naar Laadruim.
Naar Tuigage.
Naar Diverse zaken (schip).
Naar Landzaken.



zeilkast
De mogelijke indeling bij een Friese zeilkast. Tekening: Pieter Klein.
Zie ook: Indelingen ms Randwijk;
niet alleen woonvertrekken, maar ook de machinekamer.


zonder
Luxe-motor Spes uit Zwartsluis. Foto Pieter Klein, Kolmeersland, september 2001. (groter formaat)


zonder
Het achterschip van de 'Spes'. Dit schip heeft een bijna vertikaal hek of dit origineel is, of dat men dat later gedaan heeft om meer ruimte voor de roef te krijgen, is mij niet bekend.
Foto Pieter Klein, Kolmeersland, september 2001. (groter formaat)


zonder
Luxe-motor 'Maja 1' ligt op het zaat te banken. Foto's: M v. Buren, Schoonhoven.
Inzender: B. v. Roest, Schoonhoven.
(groter formaat)


zonder
Schipper van Buren hanteert de teerroller. In die jaren was het nog toegestaan het schip droog te laten vallen en het met koolteer te teren. Rond 1984 werd het plegen van dit soort onderhoud waarbij het oppervlaktewater verontreinigd zou kunnen worden, verboden. Tevens kwam er een verbod op het gebruik van PAK bevattende teersoorten.
Foto: M v. Buren, Schoonhoven. Inzender: B. v. Roest, Schoonhoven.
(groter formaat)


zonder
Motorbeurtschip 'Tjerk Hiddes' uit Gorredijk. Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, augustus 2001.(groter formaat)


zonder
De 'Trouwe Hulp' van schipper van der Wal uit Bergambacht, 90 ton.
  1. Steven.
  2. Boeg.
  3. Zijde.
  4. Achterschip.
  5. Salonroef.
  6. Stuurhut.
  1. Verhoging van de den Een soort van moderne potkast. Het is gedekt met een zgn. kledenkap.
  2. Den.
  3. stalen Belgische luikenkap.
Foto: M v. Buren, Schoonhoven. Inzender: B. v. Roest, Schoonhoven.
(groter formaat)


zonder
Het achterschip van de 'Trouwe Hulp'.
  1. Hek.
  2. Reling, hekwerk.
  3. Patrijspoort van slaapkamer.
  4. Roefdek met koekoek.
  5. Naambord.
  6. Kachelschoorsteen met Aspiromatic.
  7. Het 'blauwe-bord' in gestreken toestand.
  1. Stuurhutdak met lichtbak en boordlicht.
  2. Stuurhut met daarnaast de motoruitlaat met demper.
  3. Treetje met daaronder de patrijspoort van de machinekamer.
  4. Patrijspoort van de keuken.
  5. Paddestoelventilator.
  6. Roeframen, hout, schuivend, geplaatst in raamkasten.
Foto: M v. Buren, Schoonhoven. Inzender: B. v. Roest, Schoonhoven.
(groter formaat)


zonder
Het voorschip met voordek en luikenkap.
  1. Waterbord.
  2. Ankerlier.
  3. Lichtmast.
  4. Aangebouwd herft.
  5. Luiken.
  6. Dekzeilrand.
  7. Den.
  1. IJkmerk.
  2. Slijtstrrip, schuurlijst.
  3. Land.
  4. Wanneer de scheepshuid tussen de spanten ingedrukt is zegt men dat men 'ribben' kan tellen.
Foto: M v. Buren, Schoonhoven. Inzender: B. v. Roest, Schoonhoven.
(groter formaat)


zonder
  1. Diepgangschaal.
  2. Klipanker.
  3. Neusje.
  4. Ankerlier.
  5. Jachtwiel, Spaakwiel.
  6. Aangebouwd herft met stalen herftluiken.
  1. Kledenkap/Tent.
  2. Spanrubbers.
  3. Verhoogde den.
  4. Oude den.
  5. Berghout met berghoutsstrip.
  6. Gangen.
  7. Waterlijn.
Foto's: M v. Buren, Schoonhoven. Inzender: B. v. Roest, Schoonhoven.
(groter formaat)


tek1
De aanzichten van een Langedijker Damschuit.
Afbeelding ingezonden door Nico Vader, B.o.L. (groter formaat)


tek3
Het ruim met in de wegering,
de vullingplanken.
  1. Vullingplanken/zweetluiken
  2. Wegering
  3. De roef.
  4. De stuurkuil.
  5. Het achteronder.
  6. Het achterstevenbalk.
Afbeelding ingezonden door Nico Vader, B.o.L. (groter formaat)


kraanschip_onderdelen
Kraan-beunschip 'Noorman'.
  1. Sputpalen.
  2. Lichtmast.
  3. tweede lichtmast.
  1. Kraan.
  2. Beun.
  3. Stuurhut.
  4. Salonroef.
Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, 2000.
(groter formaat)


zonder
Havendienst 18, Rotterdam Foto: B.v.Roest. Rotterdam, jaren negentig. (groter formaat)


zonder
Achterschip van de spits 'Plevier' zoals op de kookherft vermeld is.
  1. Schuurstrook.
  2. Wrijfhout.
  3. Schuurstrook, die als een soort van berghout rond het schip loopt.
  1. Op een ijkmerk.
  2. Berghout.
  3. Den met dekzeilrand.
  4. Kookherft.
Foto: Pieter Klein, Kolmeersland, 2001. (groter formaat)


zonder
Rond de stuurhut van de Luxe-motor 'Prego'. Foto: Pieter Klein, Akkrum. (groter formaat)


zonder
Het Achterschip motorscheepje 'Admiraal' uit Sneek. In veel gevallen zijn de hedendaagse motorscheepjes voorzien van een stuurhut die hoger en soms ook groter is dan het originele exemplaar. Blijkbaar vond men vroeger schoonheid veelal belangrijker dan comfort en men zag er geen been in als iemand de gehele dag in gebogen houding moest staan.
Tegenwoordig denkt men daar anders over.
Foto: Pieter Klein, Sneek, september 2001. (groter formaat)


zonder
Het achterschip van een skûtsje.
  1. Stuit, boeghout.
  2. Berghout.
  3. Boeisel.
  4. Potdeksel met hekwerk.
  5. Roef.
  6. Roefdek met grijpreling.
  1. Zeilkleed, huik.
  2. Ingang van de roef met schuifkap.
  3. Watertonnetje
  4. Helmhout.
  5. Bolder.
Foto: Pieter Klein, Sneek, jaren negentig.(groter formaat)


zonder
Het achterdek van een Skûtsje. Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, jaren negentig.


zonder
Motor sleepboot 'FEINT'
Wegens werkzaamheden ligt er een stalen balk dwars over de machinekameropbouw.
Foto: Pieter Klein, Wartena juni 2001. (groter formaat)


zonder
Achterdek Zeemeeuw III Foto: Pieter Klein, begin 1991 Willem III Sluizen Amsterdam. (groter formaat)


zonder
Achterdek havendienst 14 Amsterdam. Foto: Pieter Klein, Amsterdam, begin jaren negentig. (groter formaat)


zonder
De kont van een skûtsje met de nodige onderdelen van het roer.
  1. Helmhout.
  2. Helmhoutklampen.
  3. Veer met roerhaak.
  4. Veer met vingerling.
  5. Walmgat. Zie detail onder.
  1. Achterstevenbalk.
  2. Stuit, berghout.
  3. Patrijspoort.
  4. Spiegel.
  5. Kont, achterschip.
Foto: Pieter Klein.


zonder
  1. Kont, achterschip.
  2. Achterstevenbalk.
  3. Roerkoning.
  4. Schroeftunnel.
  5. Schep.
  6. (Roer)blad.
  7. Scheg.
  1. Stevenknoop met gland(loop)bus.
  2. Schroef.
  3. Schroefraam.
  4. Gat waardoor de schroefas uitgenomen kan worden.
  5. Hak.
Foto: Pieter Klein. Zaandam 1978. (groter formaat)


zonder
Situatie onder het achterschip met dubbele roeren en stroomlijnschroeftunnel.
Foto: Berrie van Roest. Schoonhoven.


zonder
De zorgkettingen (3) en vetleidingen (2) van achteraf gezien.


zonder
Roeren en hennegatskokers van achter gezien.
  1. Hennegatskoker.
  2. Vetleiding (niet zichtbaar).
  3. Zorgkettingkjes.
  4. Roerbladen.
  1. Schroeftunnel.
  2. Scheg.
  3. Hek.
  4. Achteranker.
Foto: Berrie van Roest. Schoonhoven. (groter formaat)


zonder
  1. Boegen, al spreekt men bij duwbakken meestal van wangen.
  2. Ankernis (links van het cijfer).
  3. Scheg, ook loefbijter genoemd.
  4. Steven, neus.
  5. Anker (verkeerd om in de nis geborgen).
  1. Voetreling (op de rand van het dek).
  2. Bolders.
  3. Koppellieren.
  4. Kettingpijp.
  5. Ankerlier.
  6. Stevenbolder.
  7. Mangat van de voorpiek.
  8. Zwanehals.
  9. Voorschild (luikenhoofd).
(groter formaat)


zonder
Het Blauwe-Bord is hier links naast de stuurhut te zien. Foto: Pieter Klein, Zijkanaal-C rond 1994. (groter formaat)


radarmast_maja
Het theehutdek met radarmast. Voor overige cijfers zie hieronder.
Foto: Berrie van Roest, Schoonhoven 2002. (groter formaat)


zonder
Het antennepark en de navigatiehulpmiddelen op een schip anno 2002.
  1. Marifoonantennes.
  2. Radarantanne, radarscanner.
  3. TV antenne.
  4. Ankerlichten.
  5. Hoornluidspreker van intercom.
  6. Dekverlichting.
  7. Toeterlicht.
  8. Antenne mobiele telefoon?
Foto: Berrie van Roest, Schoonhoven 2002. (groter formaat)


2-101
  1. Voorbolder.
  2. Een omklapbare geleide rol, bestemd voor de verhaaldraad.
  3. Berghout.
  4. Scepter.
  5. Draadreling/relingdraad.
  6. Den.
Foto: Han Visser, Juli 2023. (groter formaat)


5-101
  1. Draadhaspel.
  2. Luikenhoofd, met spalkbeugel.
  3. Hieling van de lichtmast.
  4. Liertje voor het strijken van de lichtmast.
  5. Vooronderkap.
  6. Voordek van druppelijzer.
Foto: Han Visser, Juli 2023. (groter formaat)


zonder
Het gangboord van de Kempenaar Maja (fotoserie).
  1. Gangboord van wafeltjesdek. Bij de cijfers de loospijpjes, spuigaten.
  2. Bestek, dekstringer(hoekstaal).
  3. Bolder.
  4. Dekwasslang.
  1. (Voormalige) dekzeilrand, (den)stringer.
  2. Dekwasleiding, grijpreling.
  3. Loopbaan, rolbaan, voor schuifluiken.
  4. Schuifluik.
  5. Zorglijnen.
Foto: Archief M. v, Buren, Inzender B.v.Roest. (groter formaat)


8
  1. Liertje van de bijbootdavit.
  2. Achterbolder.
  3. Scepter.
  4. Buisreling, hekreling / relingbuis.
  5. Liertje voor de linnet.
  6. Hek.
  7. Achterdek
  8. Uiteinde van het (tandwiel)kwadrant.
Foto: Han Visser, Juli 2023. (groter formaat)


zonder
De moderne stuurhut met staand rad kon kleiner en
daardoor kwam er ruimte vrij voor een theehut.
Foto: Pieter Klein, Meppel.


zonder
Een Luxe-motor met een stalen Belgische luikenkap.
  1. Houten Friese luikenkap.
  2. Stalen Belgische luikenkap.
  3. Losliggende lichtbakken.
  4. Toeterlichten.
  5. Schijnwerpers.
  6. Ankerlicht.
  7. Motoruitlaat.
  1. Boordlicht.
  2. Getijdepaal.
  3. Hemellicht met machinekameringang.
  4. Scheepshoorn.
  5. Zegelbeugels met aan de den zegelringen, ook de zegelroede is nog te zien.
  6. Den met dekzeilrand.
  7. Kade.
Foto: Archief M.v.Buren, Schoonhoven.


zonder
De Midscheepse opbouwen op de sleepboot 'Hiljo', Sneek.
Foto: Pieter Klein, Sneek februari 2002. (groter formaat)


zonder
Achteraanzicht mslb Risico, Leeuwarden, 4 september 2009. Foto: Pieter Klein. (groter formaat)


zonder
De open stuurstand in een opdrukker.
  1. Stuurrad.
  2. 'Roef', eigenlijk machinekamer.
  3. Manette.
  4. Hendel van de keerkoppeling.
  5. Deur naar motorruimte.
  1. Spanten.
  2. Gilling.
  3. Lenspomp (een vleugel of vlinderkleppomp).
  4. Kuiprand.
Foto: Pieter Klein, Sneek jaren 90. (groter formaat)


zonder
Ankerdavit met stokanker.
Deze davit is van een type als ook voor veel bijboten gebruikt wordt.
Foto: Pieter Klein, Greate Griene, ca. 2000 (groter formaat)


1-101
  1. Ankerdavit.
  2. Ankerlier (let op hoe goed dit afgedicht is!)
  3. Steven- of verhaalbolder met verhaalrolletjes.
  4. Schanddeksel.
  5. Pelikaanhaak aan de stag van de davit.
  6. Voorpiekluik.
  7. Dit zou men een boegbolder kunnen noemen.
  8. Voordek.
  9. Liermotor.
Foto: Han Visser, Juli 2023. (groter formaat)


zonder
OLIEBAD-ANKERLIER
  1. Verhaalkop.
  2. Handel waarmee de klauwkoppeling voor verhaalkop bediend wordt..
  3. Vang, remband. Tussen de stang van de koppeling en de vang is met enige moeite de nestenschijf te zien.
  4. As voor handslinger.
  1. Ganghandel enkel-dubbelwerk.
  2. Spindels van vang.
  3. Omschakelen hand-motoraandrijving.
  4. Aandrijfpoelie, met rechts, aan de voorzijde van de kast, de handel voor bakboord - stuurboord sectie.
  5. Motorkast.
  6. Wrijfhout.
Foto: B v. Roest.


zonder
'Klein' electrisch ankerlier voor één anker.
  1. Kluisbaard.
  2. Kettingkluis.
  3. Ankerwartel
  4. Nestenschijf met ankerketting.
  5. Spaakmoer.
  6. Koppeling.
  1. Spindel van vang.
  2. handspaak?
  3. Omschakelen hand-electrisch.
  4. Verschansing (boeisel).
  5. Relingijzer (potdeksel).
  6. Bolders.
  7. Bolderkast.
Foto: B.v.Roest. (groter formaat)


zonder
  1. Hoofdtandwiel van de strijkrol.
  2. Schuivend rondsel.
  3. Schuivend deel van de klauwkoppeling.
  4. Vetpotje op het vrije deel van de klauwkoppeling.
  1. aanzethandel.
  2. Remband van de vang.
  3. Nestenschijf.
  4. Nesten.
  5. Spaakmoer.
Foto: Pieter Klein. (groter formaat)


zonder
  1. Remband,(vang).
  2. Nestenschijf zonder ankerketting.
  3. Spaakmoer/klemmoer.
  4. Tandwiel hoofdas.
  5. kettingsteker.
  6. Kettingpijp.
Foto: Pieter Klein. Wijde Ee september 2009. (groter formaat)


zonder
Een enkel ankerlier, in gebruik als lier voor het achteranker.
  1. As voor slinger.
  2. Hoofdtandwiel.
  3. Nestenschijf met ankerketting.
  4. Remband,(vang).
  5. Spindel van de vang.(aanzethandel)
  6. Spaakmoer.
  7. Schilden (ankerlierschilden).
  8. Ganghandels/liervorken.
  9. Kettingpijp.
Foto: B. v.Roest. (groter formaat)


zonder
Een kwadrant van een kettingstuurwerk op de roerkoning bij een sleepboot.
Foto: Pieter Klein, Leeuwarden oktober 1992. (groter formaat)


zonder
Een stuurwerk gemaakt door de firma Ridderinkhof, Hasselt aan boord van de Kempenaar Antoinette.
  1. Handel waarmee de vertraging van het stuurwerk op 2x zo groot gezet kan worden.
  2. Stuurrad.
  3. Pal waarmee het stuurrad in een bepaalde stand vergrendeld kan worden.
  1. Stuurrad.
  2. Stuurwerk.
  3. Roerstandindicator.
  4. Waarschijnlijk alleen een knop waarmee het deksel van het stuurwerk vast gezet is.
Foto: Han Visser, Zwolle. Augustus 2003.(groter formaat)


zonder
Penbolder, boeisel en gesloten bolderkast.
  1. (pen)bolder
  2. bolderpen
  3. gilling in de potdeksel
  4. potdeksel
  1. spuigat
  2. boeisel (verschansing)
  3. dek
  4. gesloten bolderkast.
Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, juni 2001. (groter formaat)


zonder
Het ruim van een Luxe-motor.
  1. de spanten in de zijde van het schip.
  2. In de kim met zogenaamde trim- of kimvullingen. Dezen maken het gebruik van Bobcats en ruimborstels een stuk makkelijker.
  3. De houten buikdenning met in het midden het middenzaathout. Schipper van buren is aan het bijvegen.
Foto: Collectie M. v. Buren. Inzender: B. v. Roest. (groter formaat)


zonder
Een Friese luikenkap met een kleine deklast vooraan.
  1. Luik.
  2. Kapdeksel.
  3. Losse luiken.
  4. Deklast met duiven, spreeuwen, enz.
Foto: M. v. Buren, Schoonoord. (groter formaat)


zonder
  1. Presennings.
  2. Naad tussen twee luiken waaronder de merkels liggen.
  3. Luik, opgebouwd uit slechts 2 planken. Hetgeen ongebruikelijk is.
  4. Luik, zoals gebruikelijk opgebouwd uit 3 planken.
  5. Gaten voor de zegelbouten.
Foto: M. v. Buren, Schoonoord. (groter formaat)


zonder
Een pas geteerde Friese luikenkap. * Zie ook detail hieronder.
Foto: Pieter Klein, Kolmeersland september 2001. (groter formaat)


zonder
Bij deze luikenkap kunnen er twee mogelijkheden van verzegelen van toepassing zijn. Men rijgt, om en om, een zegeldraad door de zegelringen (6) en door de met blik versterkte gaten in het uiteinde van het luik (12). De andere mogelijkheid is, dat men zegelbouten door de gaten (12) stak en dat deze tevens door gaten in de hoeklijn daaronder (14) staken. In dat geval is die hoeklijn dus een zegellijst. Door de uiteinden van de zegelbouten werd dan een zegel of een zegeldraad aangebracht. De zegelringen (6) zijn dan overbodig geworden.
Foto: Pieter Klein, Kolmeersland september 2001.


zonder
Foto: Pieter Klein, Amsterdam-N jaren negentig.
(groter formaat)


zonder
Een kijkje tegen de onderkant van een kap. Foto: Pieter Klein. (groter formaat)


zonder
Luiken en den motorbeurtschip 'Tjerk Hiddes'.
  1. (oude) den.
  2. ogen voor zegeldraad of stormlijntje.*
  3. latere den verhoging?
  4. Stalen luikenkap.
  1. Merkels.
  2. Toegang tot het ruim.
  3. Patrijspoort.
  4. Buisreling.
  5. Scepter.
  6. Potdeksel.
De den is verhoogd waardoor de afstand onpraktisch groot geworden is.
Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, augustus 2001. (groter formaat)


zonder
Schuifluiken gebogen model met damwandprofiel.
  1. Dekwasleiding, tevens grijpreling.
  2. Haken waarmee de luiken onder de loopbaan geborgd zijn.
  3. Sjorband met hetzelfde doel.
  1. Loopbaan.
  2. Handgrepen met daarin grendels waarmee het verrollen van de luiken geblokkerd wordt.
  3. Rubberstrip waarmee regen- en buiswater gekeerd wordt.
Foto: Pieter Klein, Wachthaven, Meppel, april 2001. (groter formaat)


zonder
Een Staverse Jol met een rif in het grootzeil. Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, jaren negentig. (groter formaat)


zonder
Een Tjalkje met gaffeltuig. Voor de mast de (stag)fok en
achter de mast, het (gaffel)grootzeil.
  1. Botteloef.
  2. Hals van de fok 
  3. Top(hoek) van de Fok.
  4. Schoothoek van de Fok.
  5. Klauwhoek van het grootzeil..
  6. Tophoek van het grootzeil.
  1. Halshoek van het grootzeil.
  2. Schoothoek van het grootzeil.
  3. Rifseizings.
  4. Luikenkap.
  5. Roef.
  6. Zwaard.
Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, jaren negentig. (groter formaat)


zonder
Het wedstrijd skûtsje: 'De Snekerpan'.
De 'moderne wedstrijdmonsters' geven nauwelijks een goede indruk van een skûtsje zoals het van origine was en roefschip genoemd werd. Tegenwoordig zijn ze meestal te groot, verlengd, geknikt en overtuigd.
  1. Roer met daarachter het zog.
  2. Kont met geschilderde spiegel.
  3. Stuit.
  4. Achterboeg.
  5. Berghout.
  6. Kim.
  1. Zwaard.
  2. Voorschip.
  3. Fok.
  4. Mast.
  5. Grootzeil met zeilteken.
  6. Gaffel.
  7. Dirk.
  8. Giek.
Foto: K.Terpstra. Sneekermeer, september 1997. (groter formaat)


zonder
Rond de kop van het zwaard.
  1. Spuigat.
  2. Aanvaarklamp.
  3. Settelboord met daarboven een reling.
  4. Spanschroeven.
  5. Spiegel van het zwaard.
  6. Zwaardbout met versiering.
I.v.m. de verstelbare zwaardophanging ziet men net voor de kop een gleuf in het boeisel.
Foto: Pieter Klein, Grouw, jaren negentig. (groter formaat)


zonder
  1. Berghout met daarboven een patrijspoort.
  2. Schildpadblok met zwaardloper.
  3. Zandloper/beuling.
  4. Haakje om het zwaard te borgen.
  5. Zandloper/schuurplaat.
  6. Strijkklamp/kabbellat.
  7. Zwaardpost.
  8. Spanijzer/veer/moelband.
  9. Soort touwwilletje.
Foto: Pieter Klein, Leeuwarden, september 2009. (groter formaat)


zonder
Een ongelukje tijdens het amateurzeilen.
Foto: K.Terpstra. Sneekermeer, september 1997. (groter formaat)


zonder
Foto: Pieter Klein, Sneekermeer, jaren negentig. (groter formaat)


zonder
Foto: Pieter Klein, Goingrijpsterpoelen, augustus 2002. (groter formaat)


zonder
Lopend en staand want in de masttop van een Waalschokker.
  1. Trommelstok, vleugelhek en vleugel.
  2. Trompet.
  3. Uithouder met vlagge- of lampenlijn.
  4. Kluivervalblok.
  5. Galg met blok van kraanlijn of dirk.
  1. Strop(1) van voorstag.
  2. Voorstag.
  3. Mastband met galg.
  4. Piekevalbolk.
  5. Bevestiging bakstag.
  6. Klauwvalblok.
  7. Fokkevalblok.
  8. Hommer met zijstag.
Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen ca. 2000. (groter formaat)


zonder
Masttop motorbeurtschip 'Tjerk Hiddes'.
  1. Steng.
  2. Mastnok
  3. Hieling. Meer details.
  4. nok laadboom.
    Meer details.
  1. Laadboom, giek.
  2. Zijstagen.
  3. Ondermast, mast.
  4. Voorstag.
Let op de wijze waarop schippers de vlag in top hijsen!
Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, augustus 2001. (groter formaat)


zonder
Mastnok en de hieling van de steng.
  1. De steng.
  2. Masttop met ezelshoofd.
  3. Haakblok voor de hanger van de laadboom.
  4. Schildpad voor de schietreep van de steng.
  1. Hieling van de steng
  2. Ketting voor de stalen beugel (7)
  3. soort combinatie van een mars en een krans.
  4. Blok voor vlaggelijn?
  5. Voorstag
Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, augustus 2001. (groter formaat)


zonder
Het masttopbeslag bij een zeilschouw.
  1. Trompet.
  2. Mastbanden.
  3. Uithouder voor blok vlaggelijn.
  4. Uithouder voor dirk.
  1. Oog met blok voor toppenend.
  2. Oog voorstag.
  3. Galg voor piekeval.
  4. Oog voor fokkeval.
  5. Fokkevalblok.
Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, jaren negentig.


zonder
De vleugel.
  1. Toplichtje, maar op deze plaats ziet men ook vaak een mastwortel
  2. Trommelstok; hier omheen draait 3.
  3. Vleugelhek; hiermee wordt 4 van de mast gehouden.
  4. Vleugel; al zullen landrotten het een wimpel noemen. Een wimpel is echter veel langer en wordt met een dwarshoutje aan een vlaggelijn gehesen.
  5. Trompet.
Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, jaren negentig.


zonder
De onderkant van de zijstagen.
  1. Grootzeil, opgedoekt, onder een huik.
  2. Lichtbak met boordlicht.
  3. Spreelat met korvijnagels.
  4. Spanschroeven, wantspanners.
  1. (zijstag)puttings.
  2. Mastdek.
  3. Luiwagen.
  4. Tuiglier.
Foto: Pieter Klein, Sneek? februari 2002. (groter formaat)


zonder
De bakstag (Ba), zijstagen (Z), voorstag (V), boegstag (B) en waterstag (w) op een tjalk aan de Emmakade te Leeuwarden.
Foto: Pieter Klein, Leeuwarden, maart 2010. (groter formaat)


zonder
De botteloef, boegstagen en waterstag op een skûtsje. Alhoewel de boegstagen stalen stangen zijn, behoren ze toch tot het staand want en ook de ketting van de waterstag behoort daar mijnsinziens toe.
Foto: Pieter Klein, Goingarijp, juni 2003. (groter formaat)


zonder
Rond de fokkeschoot(talie).
  1. IJk(merk)en.
  2. Spuigat.
  3. Aanvaarklamp.
  4. (Zijstag)putting met daarboven een wantspanner.
  5. fokkeschoot.
  6. Fokkeschootvoetblok, hakblok, luiwagenblok.
  7. Fokkeschootblok.
  1. Tuiglier, zeillier, mastlier.
  2. Schoothoorn van de fok, daarboven een leuver voor de fokkeloet.
  3. Fok.
  4. Grootzeil. met daar links onder de halshoek en de halstalie.
  5. Zijstagen, want.
  6. Giek.
Foto: Pieter Klein, Sneekermeer, 1993.


zonder
Mastdek met twee tuiglieren
Foto: Pieter Klein, Grouw jaren 90. (groter formaat)



zonder
Een mast met één tuiglier. Foto: Pieter Klein, Sneek, jaren negentig. (groter formaat)


zonder
De tophoek van een fok.
  1. Voorstag.
  2. Voorlijk.
  3. Neerhaler.
  4. Fokkeval.
  1. (fokkeval)blok.
  2. Aangesplitste leuver.
  3. Fok.
Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, jaren negentig. (groter formaat)


zonder
De stagfok.
Foto: Pieter Klein, (groter formaat)


zonder
De schoothoek van het grootzeil.
  1. Rifseizings.
  2. Grootzeil.
  3. Schoothoorn, leuver (ingesplitst).
  4. Dirk.
  5. Verstelbare steekbout.
  6. Schijf voor de steekbout verstelling.
  1. Giek.
  2. Spruit.
  3. Grootschoot.
  4. Helmhout.
  5. Roef.
  6. Bolder.
Foto: Pieter Klein, (groter formaat)


zonder
Eigenlijk heeft een schip met een hijstuig ook een lopend want.
Het is echter niet erg gebruikelijk het zo te noemen.
Bij tuigen met twee gieken fungeerde, als de voorste laadboom gebruikt werd, de laadreep van de andere boom in combinatie met de boomtalie als achterstag. [Zie verder bij; Hijstuigen]
Tekening: Pieter Klein. (groter formaat)


zonder
De nok van de laadboom van motorbeurtschip 'Tjerk Hiddes'.
  1. hanepoot, zwane(n)hals, of galg?.
  2. Gaarde.
  3. Oogsplits in de hanger.
  1. Blokje voor vlaggelijn?
  2. Houten haakblok.
  3. Stalen haakblok.
  4. Laadboom.
Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, augustus 2001. (groter formaat)


zonder
Onderkant van de laadmast van motorbeurtschip 'Tjerk Hiddes'.
  1. Hijs-(en zwenk-?)lier.
  2. Draadrollen.
  3. Spaakwiel/jaagwiel.
  4. Lummelpot met daaraan het rammelblok.
  5. Lummel.
  6. Harpsluiting met oud model haak.
  1. Laadboom met verjonging of eigenlijk verschraling.
  2. Masthieling.
  3. Mastbout.
  4. Mastkoker.
  5. Klamp of kikker met opgeschoten touw.
Foto: Pieter Klein, Goingarijpsterpoelen, augustus 2001. (groter formaat)


zonder
Vissermanroer achter een 'oud-Hollands' jacht.
  1. Helm, versierd met 'de Hoorn van Overvloed'.
  2. Helmhout.
  3. Helmhoutklampen, versierd met Prinswerk.
  1. De rug van het roer.
  2. Het roer; de stalen strip noemt men een veer, hieraan zit de roerhaak, die in een vingerling gestoken is, dit samen noemt men een roerstel.
  3. Roerhaak.
Foto: Pieter Klein.


zonder
Origineel svg: Johan Fredriksson via commons.wikimedia.org CC-BY-SA 3.0 Bewerking: Pieter Klein, Haarlem. (groter formaat)


rozenbout
Enige bevestigingsmaterialen: een rozenbout (A), een presenningnagel (B), een gewone nagel of spijker (C) en een dook of duvel (D).
Tekening: Pieter Klein. (groter formaat)


3Antoinette-augustus2003-101
De teboekstelling (31B TIEL 1927 H) en het europanummer.
Daar tussen de groepletter.
Foto: Han Visser, Juli 2023. (groter formaat)

zonder
  1. Gloeikop.
  2. Cylinderkop.
  3. Snelverhitter, gasbrander.
  4. Verstuiver.
  5. Luchtkraan, starthandel.
  6. Cilindermantel.
Foto: Pieter Klein, Wartena, juni 2001. (groter formaat)


zonder
De buitenhelling van Scheepswerf Wartena. De maximale lengte van het schip dat op deze helling gehellingd kan worden is ca. 27 meter. Duidelijk is hier de knik in de helling te zien.
  1. Hellinggat.
  2. Kar, hellingwagen.
  3. Juk.
  4. Rooster met daaronder een vuil-vergaarbak.
  1. Hellingsporen.
  2. Werf.
  3. Hellinglier.
  4. werfloods, binnenhelling.
Foto: Pieter Klein, juni 2001. (groter formaat)


zonder
  1. Schildpadden voor de rinketten.
  2. Rinketten
  3. Sluishoofden
  4. Sluisdeuren
  5. Lierwerk waarmee de deuren bewogen worden.
  6. Onder het centimeters dunne laagje water voor de deuren ligt de sluisdrempel.
Foto: Pieter Klein. Sluis Dieverbrug, Drentse Hoofdvaart.
20 april 2001. (groter formaat)


zonder
SLUIS VOORST, Noord-Ooostpolder.
Luxe-motor met zelflosser. Het schip is zo diep geladen dat men dekken aan het spoelen is.
  1. Sluispot.
  2. Sluistrap.
  3. Sluismuur.
  4. Sluisdeuren.
  5. Brug.
  1. Opgestapelde luiken
  2. Gestreken zelflosser.
  3. Houten Friese luikenkap.
  4. Gasfles.
  5. Herft- of machinekamerluik.
  6. Gangboord.
Foto: D v.d. Meulen. (groter formaat)



Naar Openingspagina.

Bestand januari 2025.




Sitemap

© 1997-heden; Pieter Klein, Amsterdam of de rechthebbenden van de opgenomen tekst- en afbeeldingsbestanden
De rechthebbenden kunnen niet aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgen van het gebruik van deze site,
noch voor de gevolgen van het gebruik van de in deze site opgenomen links!
Deze site gebruikt cookies!
Zonder toestemming vooraf, is gehele of gedeeltelijke overname van enig deel uit 'Binnenvaarttaal' verboden! Veel inzenders zullen echter een verzoek tot het (her)gebruik van het getoonde materiaal inwilligen. (meer informatie)
Kopieën naar Facebook, Pinterest, en andere doorgeefluiken zijn echter niet toegestaan!

Deze site is geoptimaliseerd voor een resolutie van 1024x768 px.,

U wordt verzocht eventuele gebreken te melden!  (meer informatie)

Mijn dank gaat uit naar ALLEN, die mij met deze site helpen of geholpen hebben.

Pieter Klein:
Redacteur, auteur, ontwerper en webmaster.